Nieuws

Op zaterdag 24 oktober stond OWIOS nog eenmaal stil bij het overlijden van ons Erelid en bestuurslid accommodatiezaken Thijs Brink.

Voorafgaand aan verschillende wedstrijden van OWIOS-elftallen werd een minuut stilte gehouden. Ook voorafgaand aan de wedstrijd OWIOS – Olympia ’28 werd Thijs herdacht met een kort In Memoriam, waarna spelers en aanwezigen gezamenlijk een minuut stilte in acht namen. Ook de familie van Thijs was hierbij aanwezig.

Daarmee hebben we samen, op zijn geliefde sportpark Bovenmolen, op gepaste wijze nog eenmaal de laatste eer bewezen aan een man die zoveel voor onze vereniging heeft betekend.

Afgelopen dinsdag werd tijdens de rouwdienst afscheid genomen van Thijs. Tijdens deze dienst werden twee In Memoriams uitgesproken. Voorzitter Jacko van den Bosch sprak vanuit OWIOS en het bestuur en stond daarbij ook stil bij zijn persoonlijke herinneringen aan bijna vijftien jaar samen met Thijs in het bestuur. Leonard Visscher deelde zijn persoonlijke herinneringen aan Thijs, waarbij vooral hun jarenlange samenwerking binnen de Groenploeg en hun gezamenlijke zorg voor sportpark Bovenmolen centraal stonden.

Twee persoonlijke verhalen vanuit een verschillend perspectief, maar met dezelfde rode draad: de enorme betrokkenheid van Thijs bij OWIOS en zijn geliefde Bovenmolen.

We delen beide In Memoriams graag met de gehele OWIOS-familie.

In Memoriam – Jacko van den Bosch
Voorzitter vv OWIOS

Het is bijzonder moeilijk om in een paar minuten recht te doen aan wat Thijs voor voetbalvereniging OWIOS heeft betekend. Ik heb ongeveer vijf minuten spreektijd gekregen, maar hoe goed ik het ook probeer te verwoorden, dat zal nooit in verhouding staan tot de tijd die Thijs in onze vereniging heeft gestoken. Daarom wil ik allereerst jullie als familie bedanken voor alle tijd die Thijs bij ons en met ons heeft doorgebracht. Want dat zijn in al die jaren ontzettend veel uren geweest.

Volgens onze ledenadministratie werd Thijs op 1 december 1985 lid van OWIOS. Zelf was hij ervan overtuigd dat hij al minimaal twintig jaar langer lid moest zijn. Datums en Thijs waren sowieso niet altijd een gelukkige combinatie. Ook toen wij dachten dat Thijs 25 jaar in het bestuur zat en alles hadden voorbereid om hem in het zonnetje te zetten, bleken de oude notulen iets anders te zeggen. Thijs was op 14 december 1992 officieel toegetreden tot het bestuur, twee jaar later dan hij zelf dacht. Uiteindelijk werd Thijs op 6 november 2017 door de Algemene Ledenvergadering benoemd tot Erelid van OWIOS. Volkomen terecht. Bij zijn overlijden was hij bijna 34 jaar onafgebroken bestuurslid van onze vereniging.

Zelf heb ik bijna vijftien jaar samen met Thijs in het bestuur mogen zitten. Thijs was misschien geen bestuurder pur sang. Vergaderen was niet zijn grootste hobby en dikke beleidsstukken waren niet aan hem besteed. Het liefst stak hij gewoon zijn handen uit de mouwen. En toch is er bij ons nooit enige twijfel geweest over de waarde van Thijs in het bestuur. Hij was onze nestor. Van een andere generatie, iemand die wist hoe het vroeger ging en waarom bepaalde dingen binnen de vereniging waren zoals ze waren. Maar bovenal was hij een echte greune en een fantastisch bestuurslid dat altijd achter OWIOS en achter ons als bestuur stond.

Thijs gaf op zijn eigen manier leiding: door gewoon het goede voorbeeld te geven. Hard werken, niet te veel zeuren en de dingen die moesten gebeuren gewoon doen. Het liefst met de bosmaaier in zijn handen. En overal waar ik vandaag Thijs zeg, bedoel ik eigenlijk ook een beetje de Groenploeg. Want Thijs wilde nooit de eer voor zichzelf. Als wij hem een compliment gaven over hoe prachtig sportpark Bovenmolen erbij lag, was zijn reactie steevast dat ze dat met elkaar hadden gedaan.

Voor ons als bestuur waren Thijs en de Groenploeg de mensen die ervoor zorgden dat veel van onze ideeën ook daadwerkelijk werkelijkheid werden. Wij kwamen als jonge honden in het bestuur en konden van alles bedenken. Maar uiteindelijk moest het ook gebeuren. Dan waren daar Thijs en de Groenploeg. Dat vind ik het mooie van een vereniging als OWIOS: verschillende generaties en verschillende kwaliteiten, maar uiteindelijk allemaal met dezelfde passie voor onze club.

Sportpark Bovenmolen, ons ‘Wembley van de Veluwe’, was zijn grote trots. Bijna dagelijks was hij er te vinden. Maar zijn betrokkenheid ging verder dan alleen de accommodatie. Hij was jarenlang nauw betrokken bij de Damesafdeling en hield daarnaast jarenlang een uitgebreid archief bij van alles wat in de krant over OWIOS verscheen.

Naast alle werkzaamheden voor OWIOS heb ik gelukkig ook heel veel persoonlijke herinneringen aan Thijs. Jarenlang gingen we samen naar de uitwedstrijden van OWIOS 1. Op zaterdagmorgen kreeg ik dan een appje: “Hoe laat vertrekken we?” Vervolgens kwam Thijs mij ophalen. Ik hoefde nooit te rijden, want dan had mijn vrouw thuis tenminste een auto met onze drie kinderen. Dat maakte het voor mij thuis toch weer iets gemakkelijker om te verkopen dat ik de hele zaterdagmiddag met OWIOS op pad was. Onderweg ging standaard een zak Anta Flu mee. Als ik er eentje wilde pakken, was dat niet de bedoeling; ik moest meteen een hele hand nemen.

We hadden daarnaast iedere maand samen een bila. Ik betwijfel of Thijs ooit precies heeft geweten wat een bila was, maar één maandagavond in de maand kwam hij bij mij thuis en namen we samen door wat er op het gebied van accommodatiezaken speelde. Een vaste agenda hadden we natuurlijk niet. Eerst koffie, voor Thijs met twee klontjes suiker, en daarna kwam regelmatig de vraag: “Heb je Arend nog gesproken?  We moesten natuurlijk ook een beetje op de hoogte blijven van wat er bij WHC gebeurde.

Soms vond Thijs het lastig om zowel onderdeel van het bestuur als van de Groenploeg te zijn. Niet iedereen was het altijd eens met besluiten van het bestuur en dan zat hij weleens tussen twee vuren in. Mijn advies was eenvoudig: als het niet over accommodatiezaken gaat, moet je ze maar naar de voorzitter sturen. Thijs had soms een betere oplossing. Dan ging hij gewoon wat eerder aan het werk en was hij van de discussie af.

Thijs heeft ontzettend veel zien veranderen binnen OWIOS. Besturen kwamen en gingen, vrijwilligers kwamen en gingen, generaties spelers kwamen en gingen, gebouwen werden gebouwd en afgebroken. Maar Thijs bleef!  Tot het echt niet meer ging. Hij bleef betrokken bij OWIOS en bij zijn Bovenmolen. We kunnen daarom met recht zeggen dat Thijs in het harnas is gestorven.

Ik heb al vaker gezegd dat wij als huidige generatie een prachtige vereniging hebben gekregen van de mensen die ons voorgingen. Dat besef is vandaag misschien nog wel sterker. Een vereniging als OWIOS wordt niet gebouwd door voorzitters, plannen, gebouwen of kampioenschappen. Een vereniging wordt vooral gebouwd door mensen die jarenlang iets van zichzelf geven zonder steeds te vragen wat ze daarvoor terugkrijgen.

Thijs was bij uitstek zo iemand.

Voor het vele goede werk dat hij in het belang van onze vereniging heeft gedaan, is OWIOS hem ontzettend dankbaar en erkentelijk. Het was ons een voorrecht om Thijs zo lang binnen onze vereniging te mogen hebben. Onze taak is het nu om verder te bouwen op het fundament waaraan hij zoveel jaren heeft meegebouwd en deze mooie vereniging weer door te geven aan de volgende generatie.

En ik weet zeker dat we daarbij goed zullen blijven zorgen voor zijn Bovenmolen, zijn ‘Wembley van de Veluwe’.

Namens het bestuur, de leden en de gehele OWIOS-familie wil ik jullie als kinderen, kleinkinderen, familie en vrienden heel veel sterkte wensen voor de komende tijd. En nogmaals: dank jullie wel voor al die uren die wij Thijs van jullie mochten lenen.

En Thijs, persoonlijk wil ik je bedanken voor bijna vijftien prachtige jaren samen in het bestuur. Voor de vele autoritten, onze gesprekken, de Anta Flu, maar bovenal voor wie je voor mij en voor OWIOS bent geweest.

Thijs, ontzettend bedankt voor alles en rust zacht.

 

In Memoriam – Leonard Visscher
Persoonlijke herinneringen vanuit vele jaren samen in de Groenploeg

Het is moeilijk om hier vandaag te staan en afscheid te nemen van Thijs.

Als ik aan Thijs denk, denk ik natuurlijk aan een bestuurslid van OWIOS. Maar bovenal denk ik aan de man achter onze accommodatie, Sportpark Bovenmolen. De man die jarenlang, vaak al vroeg in de ochtend dagelijks op het sportpark te vinden was.

Thijs was een stille kracht. Iemand die niet op de voorgrond hoefde te staan, maar die er wél altijd was.

Voor veel mensen was Thijs misschien die wat norse man, een mopperkont, iemand die nog weleens chagrijnig kon kijken. En eerlijk is eerlijk: die uitstraling had hij soms ook wel.

Als kleine jongen zag ik dat zelf ook zo. Thijs kwam je vertellen dat je niet in de netten van de doelen moest hangen, dat je niet in de doelgebieden moest voetballen of dat je niet zomaar op een wedstrijdveld mocht trainen.

Maar toen ik Thijs beter leerde kennen, veranderde dat beeld al snel.

Ik begreep dat achter die norse blik vooral iemand zat met een enorme liefde voor OWIOS. Iemand die zuinig was op het sportpark en er alles aan deed om het in topconditie te houden.

En inmiddels begrijp ik heel goed hoe dat voelt.

Rond 2006, ik was toen zeventien jaar, raakte ik zelf betrokken bij de Groenploeg. Op vrije schooldagen en middagen ging ik regelmatig naar het sportpark om Thijs te helpen.

In die beginjaren zaten we met de Groenploeg in twee zeecontainers, met daartussen een afdakje en wat bouwhekken ervoor. Samen met Willem van het Ende, Henkie de Greune, Kees van Heerde en Jan van Erven hebben we daar heel wat uren doorgebracht. Willem en Henk zijn ons helaas ook al ontvallen.

Wat hebben we samen veel beleefd.

Ik denk aan de bergen bladeren die we schepten. Aan de vrijdagmiddagen waarop Leida macaroni kwam maken voor de Groenploeg. En aan de renovatie van de kleedkamers, toen Thijs iedere middag een hele stapel eieren bakte voor de bouwvakkers en vrijwilligers.

Ik mocht met de witte Mercedes, die toen dienstdeed als trekker, karrenvol blad wegbrengen. Tot die ene dag dat de muizen ons om de oren vlogen toen we instapten. Ik stond toen heel snel weer buiten! En Thijs heeft me daar nog vaak aan herinnerd.

Ook in de zomer waren we druk. Urenlang sleepten we met zes slangen over de velden om alles te sproeien. Vandaag de dag kunnen we ons dat bijna niet meer voorstellen.

En de vrijdagmiddag? Die sloten we steevast af in de kantine, met een gekookte worst, een biertje en natuurlijk de opgaande zon.

Dat waren de momenten waarop ik Thijs steeds beter leerde kennen. En waarop mijn respect voor hem alleen maar groeide.

Want Thijs schuwde het vuile werk absoluut niet. Iedere maandag werden de slidings gelopen. Onkruid tussen de tegels? Dat moest eruit. Emmers vol paardenbloemen haalde hij op zijn knieën uit de velden. Zelfs rondom het kunstgrasveld was geen sprietje onkruid veilig.

En als er ergens een kabel of leiding in de grond lag, wist Thijs precies waar die zat. Logisch ook, want vaak had hij die zelf ingegraven, soms nog gewoon met de schop.

Een paar weken geleden hebben we samen nog eens rustig alle kabels en leidingen op het terrein doorgenomen. Tijdens de sloop van de oude kantine en de nieuwbouw van het clubhuis kwamen we de bekende blauwe mantelbuisjes van Thijs tegen.

Dat soort herinneringen maken duidelijk hoeveel van Thijs er letterlijk en figuurlijk in ons sportpark zit.

Ook het hoofdveld was heilige grond. Eigenlijk alleen voor OWIOS 1, met bij hoge uitzondering de dames of een jeugdteam. Dat geschop van die lagere senioren, daar had Thijs weinig mee op. Dat was volgens hem vooral onkunde.

Toch heb ik het in al die jaren volgens mij twee keer voor elkaar gekregen om met mijn eigen team op dat veld te mogen voetballen. Als moest ik daar wel aardig voor zeuren.

En dan was er nog het bestuur.

Rond 2010 vond Thijs dat ik maar eens bestuurslid moest worden, want er was een vacature voor secretaris. Samen met Jan van ’t Hul heeft hij daar persoonlijk voor gezorgd.

In de jaren daarna groeiden we ook binnen het bestuur naar elkaar toe. Waar Thijs vooral een doener was en graag de handen uit de mouwen stak, nam ik steeds meer administratieve zaken van hem over. Offertes, contracten en andere zaken die bij de privatisering kwamen kijken.

Zo vulden we elkaar mooi aan. En we namen het voor elkaar op.

Binnen de Groenploeg kreeg Thijs weleens wat gemopper over zich heen na een bestuursbesluit. En dan ging het ook nog over ‘jouw jochie’, die volgens Thijs toch echt niets verkeerd kon doen.

Want zo noemde je me: mien jochie.

Stiekem was ik daar altijd ontzettend trots op.

De laatste jaren groeide de Groenploeg verder. Het was bijzonder om te zien hoe ook jouw broers deel uitmaakten van die ploeg. Sam kwam erbij na zijn pensionering, Freek was jarenlang de man op de grasmaaier en later sloot ook Beerd aan.

Samen deelden jullie dezelfde passie en liefde voor OWIOS.

Thijs, je vroeg me onlangs of ik de veld- en kleedkamerindelingen van je wilde overnemen. Natuurlijk ga ik dat doen. Zelfs toen we je vorige week zondag kwamen bezoeken om afscheid te nemen, begon je er nog over. Over de indeling van het hoofdveld.

Dat typeert jou. Zelfs toen bleef OWIOS door je hoofd gaan.

Thijs, wat laat je een groot gat achter.

We gaan je missen. Je inzet, je betrokkenheid, je vakmanschap, je herinneringen aan vroeger en ja, zelfs je gemopper.

Maar vooral gaan we de man missen die met hart en ziel voor OWIOS klaarstond. De man die niet veel woorden nodig had, maar met zijn handen liet zien hoeveel hij om onze vereniging gaf.

Als ik straks over Sportpark Bovenmolen loop, zal ik je overal tegenkomen. In de velden, in de accommodatie, in de kabels onder de grond en in de vele dingen die jij hebt opgebouwd en onderhouden.

En iedere keer zal ik denken aan die jongen die ooit bij je kwam helpen en die jij later ‘jouw jochie’ noemde. Een mooie herinnering voor altijd.

Thijs, bedankt voor alles wat je voor OWIOS hebt gedaan. Bedankt voor alles wat je mij hebt geleerd, voor onze samenwerking en voor de band die we samen hebben opgebouwd.

We zullen goed op jouw sportpark passen. En op de dingen die jij aan mij hebt toevertrouwd.

Rust zacht, Thijs.

 

Hoofdsponsor

Hoofdsponsor

Hoofdsponsor jeugd